Brommer verhaal

Rond 15:00 ‘smiddags schroefden we de laatste bouten weer vast, met een laatste handig tip om wc papier mee te nemen voor onderweg vertrokken we dan toch eindelijk. MeppelDen Haag, met als tussenstop de flat van mijn zus in Utrecht. We waren met bijna alles uitgerust, wat te eten, wat te drinken, opgeladen telefoons, een klein beetje gereedschap en een wc rol. “Je weet maar nooit..” en dat wisten we toen inderdaad nog niet.

De oude Simson van G. snorde er over, pas in z’n vier heeft ze het perfecte geluidje en gaat dan ook harder dan mijn Vespa pk 50. Maar ze klonken allebei goed en we genoten van het weer, de omgeving en de brommende apparaten onder onze kont. Het trillen van de Vespa wekte een oud en vertrouwd gevoel bij me op, het was minstens vier jaar geleden dat ik er een lang stuk op had gereden en dat kon ik aan haar voelen. Af en toe loeide ze op alsof ze wilde zeggen dat ik haar dat nooit weer zo lang moest laten wachten, later zou ze me dit nog duidelijker maken.

We waren redelijk snel langs Zwolle gereden en uiteindelijk een rustplekje gevonden in Kampen. Onderweg hadden we nog even getankt en had ik een aanbieding zien liggen van een set dopsleutels voor Fl 5,-. Da’s geen geld voor zo’n setje, maar verwacht er dan ook niet teveel van. Maar: “Je weet maar nooit…” stond nog vers in mijn geheugen gebrand.

“Kut!” Vloekte ik door het midden van de nacht toen een van de dopsleutels dol was gedraaid. “Die verdomd goedkope sleutelset ook! En het zijn nog een keer dopsleutels ook, terwijl we nu voor de cilinder toch echt steeksleutels nodig hebben!” Het was tegen drieen en onder het vale licht van een bushokje stond mijn Vespa zonder zijkappen (de billen) stil en vermoeid op de standaard. De cilinderkop zat los en daardoor was er een pakking uitgeknald, letterlijk. Ook al konden we de cilinderkop maar een paar milimeter heen en weer schudden, het geluid van de Vespa gaf te kennen dat dit niet goed was, of zou kunnen komen.

De oude brommers stonden vermoeid uit te rusten terwijl wij even naar het thuisfront belden hoe het tot nu toe ging; “Heel af en toe slaat die van mij stil, maar na een paar keer heen en weer rijden is alles weer normaal” melde G. met een opgewekte stem. “Nee, het gaat prima. We hebben het onwijs naar ons zin. Niks aan het handje” was toen nog mijn goedgehumeurde melding. We voelden ons goed, we waren mannen van de wereld met respect voor het oude en respect voor de natuur. Nog nooit heb ik me zo vrij gevoeld als het stuk wat we getourt hebben van Meppel naar Kampen.

We gingen verder richting de stranden, strand Horst en strand Nulde. Met de auto scheur je er langs met minstens 140 km/u. Het laatste stukje Nederland zonder flitspalen. Maar met 50cc geniet je van de omgeving. Wat een mooi stuk land, wat een prachtig stukje natuur. Dit was niet meer alleen een trip om de brommers in Den Haag te krijgen, dit werd een mijlpaal, een herinnering om nooit meer te vergeten.